Functieblok SCENES_NUM

De functieblok SCENES_NUM definieert meerdere scènes op de visualisatie.

Database

De database DB geeft de opslaglocatie van de scènes aan. Zo kan een element meerdere scènes-functieblokken bezitten. De database is achter de visualisatievariabele geregistreerd en er kan niet, zoals bij een normale database, daarop worden toegangen.

Ingang NUM

Bij een verandering van de waarde aan de ingang, wordt de overeenkomstige scène onmiddellijk uitgevoerd. Off correspondeert met scène 0. Na het uitvoeren wordt de uitgang Q op de waarde van de opgeroepen scène gezet. Bestaat de scène niet, dan wordt de waarde toch gezet.

Ingang DIS

De ingang deactiveert het uitvoeren van een scène met de ingang NUM.

Ingang SET

Bij een positieve flank, wordt de scène met het nummer aan de ingang NUM onmiddellijk uitgevoerd.

Tip: Verbinden U deze ingang met een trigger van de interface om de scène met hetzelfde nummer opnieuw op te roepen.

Uitgang Q

De uitgang geeft het nummer van de laatst uitgevoerde scène terug.

Visualisatie

De aansturing van de scènes gebeurt via de elementen-scènes en scènes-configuratie. Onder interface kan de waarde met de gebruikte functieblokken worden verbonden.

De aansturing via de visualisatie heeft voorrang boven de overeenkomstige ingang.

De configuratie van een scène wordt in het helpgedeelte onder Visualisatie uitgelegd.

Zie Ook