Scènes en
Macros vereenvoudigen het aansturen van meerdere apparaten tegelijk. Ze zijn echter verschillend: een Macro stuurt elk een apparaat per SPE-cyclus aan en is daarom langzamer.
Er kunnen bijna alle Communicatieobjecten van de
Periferie worden geselecteerd en geconfigureerd. Een uitzondering vormt bijvoorbeeld de schakelaar met de functie AAN/UIT-schakelaar. Een scène kan echter geen Macro of een andere scène activeren. Een Macro kan echter wel een andere scène aansturen.
Tip: Genereert de functie AAN/UIT-schakelaar een impuls en moet deze via een scène worden aangestuurd, dan kan deze worden vervangen door een AAN-schakelaar. Vervolgens moet aan het einde van het FUP-programma de waarde met VISUSET worden teruggezet. Soms moet de programmering worden uitgebreid. Zo moet bijvoorbeeld bij een relatieve aansturing van een poldekking eerst een Functieblok SHUTTER worden gebruikt om de positie absoluut aan te sturen.
Een tijdschakelaar kan een scène en een Macro rechtstreeks aansturen. Een Macro kan een scène aansturen, een scène kan dit echter niet.
Tijdschakelaar
Macro
Scène
Periferie
De configuratie van de scènes en Macros vindt plaats op de visualisatie. Hiertoe wordt het element Scènes-Configuratie of Macro-Configuratie gebruikt. Dit wordt in de Periferie onder het tabblad Visualisatie toegevoegd.
Tip: De Periferie
Scènes bevat al de Scèneconfiguratie. Deze is te vinden onder Functies.