
De functieblok SCENES definieert meerdere scènes op de visualisatie.
Let op: Deze functieblok kan meer dan twee ingangen of twee uitgangen hebben. U kunt met de rechtermuisknop op de functieblok klikken om een andere in- of uitgang toe te voegen.
De database DB geeft de locatie van de scènes aan. Zo kan een element meerdere scènes-functieblokken hebben. De database is achter de visualisatievariabele opgeslagen en er kan niet, zoals bij een normale database, daarop worden toegangen.
Bij een positieve flank aan een ingang wordt het overeenkomstige scène onmiddellijk uitgevoerd. Off komt overeen met scène 0. De tegenoverliggende uitgang wordt daarbij op waar gezet. Alle andere uitgangen op vals.
Er wordt alleen de uitgang van de laatst gekozen scène op waar gezet. Alle scènes en de uitgang kunnen ook over de visualisatie worden geschakeld.
De aansturing van de scènes gebeurt via de elementen Scènes en Scènes-Konfiguratie. Onder Interface kan de waarde met de gebruikte functieblokken verbonden worden.
De aansturing over de visualisatie heeft voorrang boven de overeenkomstige ingang.
De configuratie van een scène wordt in het helpgedeelte onder Visualisatie uitgelegd.