
De functieblok JSON_ENCODE maakt een JSON-tekengroep.
Opmerking: Deze functieblok kan meer dan vier ingangen hebben. U kunt met de rechtermuisknop op de functieblok klikken om een andere ingang toe te voegen. Let erop dat de ingangen elk paargewijs moeten worden beschouwd.
Definieert de opties als geheel getal, waarmee de JSON-tekengroep wordt gemaakt. Deze kunnen met de functieblok JSON_OPTIONS gegenereerd worden.
Als de ingang niet gedefinieerd is of de waarde gelijk is aan NULL, dan gelden de volgende opties als actief:
FORCE_OBJECT
UNESCAPED_SLASHES
PARTIAL_OUTPUT_ON_ERROR
UNESCAPED_UNICODE
Definieert de maximale diepte ofwel object-nestingen, waarin het JSON-formaat wordt gemaakt. Als deze waarde bij het maken wordt bereikt, mislukt het genereren van de JSON-tekengroep en is de uitgang ERR waar.
De ingangen definiëren de variabele ofwel de sleutel die in het object wordt ingevoegd. Als subobjecten gemaakt moeten worden, kunnen deze met een nieuwe regel gedefinieerd worden:
Sensor↵OG↵Status
Als de ingang niet gedefinieerd is of gelijk is aan NULL, dan worden geen gegevens toegevoegd.
Definieert de waarde die met de bovenstaande sleutel in het object wordt ingevoegd. Daarbij worden de datatypen in acht genomen. Met de optie NUMERIC_CHECK kan elke tekenreeks automatisch omgezet worden in een getal.
Als er verplicht een getal of een andere type moet worden ingevoegd, kan de waarde daarvoor met behulp van functieblokken omgezet worden.
Geeft bij succes de JSON-tekengroep terug.
Als er een fout optreedt, is deze uitgang waar.