Functieblok FS_READLINE

De functieblok FS_READLINE leest gegevens regel voor regel uit een bestand.

Let Op: Bij het lezen van zeer grote bestanden kan de SPS of het gehele systeem vastlopen en niet meer opgestart worden.

Opmerking: De maximale leesbare grootte van een regel bedraagt om veiligheidsredenen 1024'000 bytes.

Het bestandssysteem moet eerst worden geïnitialiseerd met behulp van FS_INIT. Alle operaties vinden asynchroon plaats per aangemaakt opslagmedium.

Ingang READ

Bij een positieve flank worden de gegevens van het opslagmedium gelezen.

Ingang DEV

Definieert het apparaat waaruit toegang tot bestanden moet worden verkregen. Het apparaat wordt per project gebruikt en kan in de contextmenu onder Project Extern opslag beheerd worden.

Ingang PATH

Geeft het pad naar het bestand op het opslagmedium aan. Het pad komt overeen met een Unix-bestandspad in UTF-8-formaat, indien dit wordt ondersteund. Het pad wordt als volgt weergegeven:

Map/Submap/Bestand.txt

Ingang LINE

Definieert de regel die moet worden gelezen. De eerste regel begint met het nummer 0.

Ingang ENDING

Definieert de regelafbreking. Deze wordt aangegeven met escapes: "\r\n". Wordt de ingang niet gedefinieerd, dan wordt "\n" aangenomen.

Bij de volgende tekens wordt rekening gehouden met de escape:

  • "\t" (ASCII 9 (0x09)), een tabulatorteken.
  • "\n" (ASCII 10 (0x0A)), een regelafbreking (Line Feed).
  • "\r" (ASCII 13 (0x0D)), een terugkeer naar rij (Carriage Return).
  • "\0" (ASCII 0 (0x00)), het NUL-byte.
  • '\xEF' Schrijfwijze voor bytes.

Opmerking: Om ook binaire tekens, zoals bijvoorbeeld '\xEF', gedefinieerd te kunnen worden, moeten deze in enkelvoudige aanhalingstekens gedefinieerd worden.

Uitgang DONE

De uitgang geeft bij succes een impuls terug om de volgende operatie uit te voeren. De impuls vindt plaats bij het beëindigen van de procedure, zelfs als er een fout is opgetreden.

Uitgang DATA

Geeft de gelezen regel, inclusief het regaleinde terug. De status wordt voor latere gebruik bewaard.

Uitgang EOF

Is het einde van het bestand bereikt, is de ingang waar.

Uitgang BOM

Is het UTF-8 Byte Order Mark gevonden, is de uitgang waar. Het BOM wordt bij elke leesoperatie bepaald.

Uitgang ERROR

Geeft in geval van fout een tekst met een foutmelding terug. Deze is FALSE, als er geen fout is opgetreden. De status wordt voor latere gebruik bewaard.

Mogelijke oorzaken:

  • De dienst van het opslagmedium werd niet gestart.
  • Het opslagmedium werd niet geïnitialiseerd.
  • De inloggegevens zijn ongeldig.
  • De externe server kon niet worden bereikt.
  • Het opslagmedium bestaat niet.
  • Het opgegeven pad is ongeldig.