
De functieblok ALARM verwerkt een alarmsignaal.
Zie voor verdere informatie over visualisatie plugin Alarmbeheer en Alarmverloop.
De tijdsduur voor de maximale opslag kan in het contextmenu onder Project Instellingen
Opslagbeleid ingesteld worden.
De database definieert niet alleen de opslag van de functieblok. Hij definieert ook de naam van de database van het alarm. Let er daarom op dat u de naam niet eenvoudig kunt hernoemen, omdat anders een nieuwe database wordt aangemaakt. Het wordt aanbevolen om een voorvoegsel te gebruiken, zoals bijvoorbeeld alarm.Fenster.
Opmerking: De bestaande registraties worden verwijderd als alle elementen volgens de richtlijnen zijn verlopen. Individuele gebeurtenissen wissen wordt momenteel niet ondersteund.
De ingang genereert een nieuw alarm. Bij het aanmaken is de uitgang ALARM waar en houdt de tijdstip op de uitgang ALARM_DT vast. De uitgang ALARM is alleen waar, als deze niet gedempt is.
Deze ingang bevestigt het alarm en zet de uitgang ACK op waar en schrijft de huidige tijdstip in de uitgang ACK_DT. De bevestiging kan bij een actief alarm slechts één keer worden ingesteld.
De ingang definieert de titel als tekenreeks van het alarm. Deze kan op elk moment in real-time worden gewijzigd.
De ingang definieert de beschrijving als tekenreeks van het alarm. De beschrijving mag meerdere regels bevatten, maar zou twee regels niet moeten overschrijden. Deze kan op elk moment in real-time worden gewijzigd.
De ingang definieert de locatie als tekenreeks van het alarm. Deze kan op elk moment in real-time worden gewijzigd.
De ingang geeft de statustekst op de lijst weer. Deze wordt als tekenreeks overgedragen. De status zou uniform gedefinieerd moeten zijn.
De ingang geeft het pictogram op de lijst weer. Dit wordt als tekenreeks overgedragen. Het pictogram is hetzelfde als bij de pagina.
Met deze ingang kan de tekstkleur van de lijst worden gewijzigd. Geen kleur is een lege tekenreeks. De kleur wordt hier als naam overgedragen. Alle kleurnamen vindt u onder Pictogramkleuren.
De ingang sorteert de lijst. De hoogste prioriteit is de 0. Het aantal is hier niet beperkt.
De ingang definieert de webpagina waarop gelinkt kan worden. De ingang is van het type tekenreeks. Er kunnen alleen pagina-ID's achtergelegd worden. De pagina kan eenvoudig via Drag&Drop op de ingang getrokken worden.
Met de ingang kan een gedempt alarm gedefinieerd worden. Als de ingang waar is, verdwijnt het meldingspictogram. Dit heeft echter geen invloed op de dempfunctie. Het wordt daarom aanbevolen om REQ_SHELVE op vals in te stellen als de ingang SILENT waar is.
Als deze ingang waar is, wordt het gebruik van de alarmlijst toegestaan om het alarm te bevestigen.
Als deze ingang TRUE is, wordt het gebruik van de alarmlijst toegestaan om het alarm oneindig lang uit te stellen. Als de ingang een tijd (T#) is, gevolgd door ";ALL", kan een maximale uitstelperiode worden ingesteld.
Als de machtiging voor het bevestigen of uitstellen moet worden uitgebreid, kan een tekenreeks aan de ingang REQ_ACK of REQ_SHELVE toegevoegd worden. Belangrijk is dat zodra de ingang niet meer waar wordt ingesteld, de tekenreeks met ALL begint. Hier zijn enkele voorbeelden:
| Tekenreeks | Beschrijving |
|---|---|
| "300000;ALL" | REQ_SHELVE maximaal voor 5 minuten en voor alle groepen |
| "ALL" | Alle groepen, is hetzelfde als TRUE |
| "gid1;gid2" | Groepen gid1 en gid2 toegestaan |
| "gid1;gid2;ALL" | Alle groepen, is hetzelfde als TRUE, gid1 en gid2 worden genegeerd |
Tip: Gebruik CONCAT, om de tekenreeks te vormen.
Een positieve flank aan de ingang bevestigt het alarm via SPS. De uitgang ACK wordt waar ingesteld. De ingangen worden vervolgens naar ACK_NOTE en ACK_USER overschreven. De uitgang ACK_DT wordt met de huidige tijdstip beschreven. Wordt het alarm opnieuw bevestigd, dan wordt de uitgang ACK_DT niet meer ingesteld.
De ingang definieert een notitie als tekenreeks. De notitie wordt bij een positieve flank op DO_ACK aan de uitgang ACK_NOTE geschreven.
Hier kan een gebruikers-ID als tekenreeks gedefinieerd worden. De ID wordt bij een positieve flank op DO_ACK aan de uitgang ACK_USER geschreven.
Een positieve flank aan de ingang stelt het alarm uit via SPS. De uitgang SHELVE wordt waar ingesteld. De ingangen worden vervolgens naar SHELVE_NOTE en SHELVE_USER overschreven. De uitgang SHELVE_DT wordt met de huidige tijdstip beschreven. Wordt het alarm opnieuw bevestigd, dan wordt de uitgang SHELVE_DT niet meer ingesteld.
Definieert de absolute tijd DT# om het alarm uit te stellen. Bij overschrijden van deze tijd wordt het alarm opnieuw actief ingesteld. De uitgang SHELVE is weer vals. Bij een positieve flank op DO_SHELVE wordt deze waarde naar de uitgang SHELVE_TO_DT overgedragen. Wordt geen tijd overgedragen, dan wordt oneindig lang uitgesteld.
Tip: Gebruik de functieblok STR2DT, om een relatieve tijdstip te gebruiken, zoals bijvoorbeeld na 5 minuten. Of voeg de tijd T# toe aan het tijdstempel van DT#, waarbij dit tot afwijkingen kan leiden.
De ingang definieert een notitie als tekenreeks. De notitie wordt bij een positieve flank op DO_SHELVE aan de uitgang SHELVE_NOTE geschreven.
Hier kan een gebruikers-ID als tekenreeks gedefinieerd worden. De ID wordt bij een positieve flank op DO_SHELVE aan de uitgang SHELVE_USER geschreven.
Een positieve flank aan de ingang herstelt een uitgesteld alarm. Hierbij worden DO_SHELVE_USER en DO_SHELVE_NOTE zoals bij het bovenstaande proces naar de overeenkomstige uitgangen gekopieerd.
De ingang activeert de registratie in het archief. De ingang moet hiervoor alleen waar gehouden worden. Elke wijziging van een ingang ACTIVE, TITLE, DESCRIPTION, LOCATION, STATUS, PRIORITY of SILENT leidt tot een registratie.
Opmerking: Voor de uitvoer van de registratie is een aanvullende licentie vereist. Verdere informatie kan in het hoofdstuk Alarmverloop worden ingenomen.
De uitgang is waar, zolang de ingang ACTIVE waar is en het alarm niet met SHELVE is uitgesteld.
Bevat het tijdstempel in het formaat DT# vanaf het moment van het alarm (positieve flank aan de ingang ACTIVE).
De uitgang is waar als het alarm is bevestigd. Dit kan via de visualisatie en via SPS gebeuren.
Bevat het tijdstempel in het formaat DT# vanaf het moment van het bevestigen van het alarm (positieve flank aan de ingang ACK of de visualisatie).
De laatste notitie bij het bevestigen van het alarm als tekenreeks.
De laatste gebruikers-ID bij het bevestigen van het alarm als tekenreeks.
De uitgang is waar als het alarm is uitgesteld. Dit kan via de visualisatie en via SPS gebeuren.
Bevat het tijdstempel in het formaat DT# vanaf het moment van het uitstellen van het alarm (positieve flank aan de ingang SHELVE of de visualisatie).
Eindtijdstip DT# tot het automatisch terugzetten van de uitstelperiode.
De laatste notitie bij het uitstellen van het alarm als tekenreeks.
De laatste gebruikers-ID bij het uitstellen van het alarm als tekenreeks.
Opmerking: Voor de verwerking op de visualisatie worden alle tijdstempels afgerond op hele seconden.
Tip: Met de tekenreeks {name} kan de naam van het document en met {dir} het pad aan de ingangen TITLE, DESCRIPTION en LOCATION overgedragen worden. Er wordt dan echter niet meer naar de naam gesorteerd. Met {dir:2} kan de lengte van het pad op 2 worden verkort. Met {dir:-1} wordt het pad vanaf beneden verkort. Het is bovendien mogelijk om het scheidingsteken te definiëren middels {dir::\}.
| Naam | Pictogram | Kleur |
|---|---|---|
| OK | material/check_circle | |
| Informatie | material/info | blauw |
| Waarschuwing | material/error | oranje |
| Alarm | material/warning | rood |