
De functieblok USER_LANG wijzigt de taal van een gebruiker.
Bij een positieve flank aan de ingang wordt de taal van de gebruiker ingesteld of, indien leeg, verwijderd.
De ingang definieert het ID-nummer van een gebruiker. Deze ingang mag alleen een tekenreeks bevatten. Variabelen of andere datatypen zijn uit veiligheidsoverwegingen gedeactiveerd en worden, indien toch ingesteld, genegeerd.
De ingang definieert de taal. Bijvoorbeeld "de-ch", "en-us" enzovoort. Hoofd- en kleine letters worden genegeerd.
De uitgang geeft bij het beëindigen van de procedure een impuls af.