
De functieblok USERGROUP wijzigt een groep van een gebruiker.
Bij een positieve flank aan de ingang, wordt de vooraf gedefinieerde groep toegewezen aan de gebruiker.
Bij een positieve flank aan de ingang, wordt de vooraf gedefinieerde groep van de gebruiker verwijderd.
De ingang definieert het ID-nummer van een gebruiker. De ingang mag alleen een tekenreeks bevatten. Variabelen of andere datatypen zijn uit veiligheidsredenen gedeactiveerd en worden, als ze toch ingesteld zijn, genegeerd.
De ingang definieert het ID-nummer van een groep. De ingang mag alleen een tekenreeks bevatten. Variabelen of andere datatypen zijn uit veiligheidsredenen gedeactiveerd en worden, als ze toch ingesteld zijn, genegeerd.
De uitgang geeft bij het beëindigen van de taak een impuls af.
De uitgang is waar als de vooraf gedefinieerde groep aan de gebruiker is toegewezen. Wanneer de gebruiker buiten de functieblok wordt gewijzigd, wordt deze waarde gesynchroniseerd.