Functieblok TRIG

De functieblok TRIG genereert een impuls bij een verandering van een waarde.

Ingang VAR

De ingang herkent een verandering van een waarde. Dit kan een tekenreeks, een getal of een booleaanse waarde zijn.

Opmerking: Het herkennen van een verandering tussen NULL, FALSE of een lege tekenreeks is niet mogelijk.

Uitgang Q

Geeft een impuls voor één cyclus als de ingang VAR verandert.