Functieblok STR_TRIM

De functieblok STR_TRIM verwijdert spaties (of andere tekens) aan het begin en einde van een tekenreeks.

Ingang STR

De ingang definieert de te verwerken tekenreeks.

Ingang CHARACTER MASK

De ingang definieert de te verwijderen tekens als een tekenreeks. De waarde kan worden opgegeven met backslashes ("\"). Wordt geen ingang gedefinieerd of is de waarde gelijk aan NULL, dan worden de volgende tekens verwijderd:

  • " " (ASCII 32 (0x20)), een normaal spatie.
  • "\t" (ASCII 9 (0x09)), een tabulatorteken.
  • "\n" (ASCII 10 (0x0A)), een regelvoorschift (Line Feed).
  • "\r" (ASCII 13 (0x0D)), een terugkeerteken (Carriage Return).
  • "\0" (ASCII 0 (0x00)), het NUL-byte.
  • "\x0B" (ASCII 11 (0x0B)), een verticale tabulator.

Opmerking: Deze moeten verplicht tussen dubbele aanhalingstekens staan.

Uitgang

Geeft een aan beide zijden gereinigde tekenreeks terug.

Zie Ook