Functieblok VISUDTSET

De functieblok VISUDTSET stuurde de communicatie met de visualisatie en zet het datatype DT# om in een ander formaat.

Het wordt aanbevolen om de functieblok te gebruiken voor de invoervelden Datum en Datum En Tijd.

Opmerking: Als schaalveranderingen worden uitgevoerd, moeten deze aan beide kanten van de functieblok gebeuren, als beide kanten communiceren via hetzelfde adres.

LET OP: Er mogen nooit twee VISUSET of VISUDTSET met dezelfde database achter elkaar worden ingesteld via SET. Dit leidt tot een hoge onnodige belasting van de SPS. Gebruik in plaats daarvan een logica voor de ingang SET.

Database

De database DB definieert de variabele voor communicatie met de visualisatie. Op de variabelen van de database kan niet rechtstreeks worden toegangen, zoals bij een normale database.

Ingang ➜

Hier wordt het datatype DT# of D# verwacht. Als de waarde aan de ingang verandert, wordt deze naar de visualisatie en naar de uitgang ➜ overgedragen. De waarde wordt zonder milliseconden naar de visualisatie overgedragen. Echter wordt hier de ingang met een eigen interne variabele vergeleken. Zo kan deze functieblok meerdere keren in hetzelfde element worden gebruikt.

Ingang DIS

Als de ingang waar is, schakelt hij de overdracht van de ingang ➜ naar de visualisatie en naar de uitgang ➜ uit. De interne merkers worden daarbij niet beschreven. Dit betekent dat na het uitschakelen de waarden opnieuw worden vergeleken en eventueel overgedragen.

Ingang SET

Als de ingang waar is, dwingt deze het instellen van de waarde aan de ingang ➜ naar de visualisatie en naar de uitgang ➜. Dit heeft voorrang boven de ingang DIS.

Uitgang ➜

Aan de uitgang ligt de laatst gewijzigde waarde. Deze kan afkomstig zijn van de visualisatie of van de ingang ➜, tenzij geblokkeerd door de ingang DIS. De waarde wordt zonder milliseconden van de visualisatie overgedragen.