
De functieblok CTU telt omhoog.
Bij een positieve flank wordt de uitgang CV opgeteld.
Is de ingang waar, dan wordt de uitgang CV teruggezet naar 0.
Definieert de grenswaarde voor de uitgang Q als getal. De teller CV wordt daarbij niet begrenst.
De uitgang is waar, wanneer de uitgang CV groter of gelijk aan PV is.
De uitgang definieert de teller.