
Deze functieblok DIMMER stelt een analoge waarde in op basis van de ingangsimpulsen. Bovendien wordt de laatste bekende dimwaarde voor het uitschakelen opgeslagen.
Tip: Om de Dimmer alleen te schakelen, kunt u een negatieve flank voor de TR-ingangen genereren.
Tip: De uitgang DIM kan in het geval van een 0-10V Dimmer worden verbonden met de analoge en digitale uitgang.
Digitale ingang om in- of uitschakelen of op- of neer dimmen. De modus wordt bepaald door de laatste bediening. Bij een lange druk, langer dan PT_TR, wordt de uitgang DIM ingesteld. Is de druktijd korter, dan wordt de uitgang DIM geschakeld.
Digitale ingang om in te schakelen of op te dimmen. Bij een lange druk, langer dan PT_TR, wordt de uitgang DIM ingesteld. Is de druktijd korter, dan wordt de uitgang DIM geschakeld.
Digitale ingang om uit te schakelen of neer te dimmen. Bij een lange druk, langer dan PT_TR, wordt de uitgang DIM ingesteld. Is de druktijd korter, dan wordt de uitgang DIM geschakeld. De uitgang DIM kan bij het neer dimmen ook inschakelen als DIM_MIN niet gelijk is aan 0.
Digitale ingang om op te dimmen. Als de ingang waar is, wordt direct gedimd.
Digitale ingang om neer te dimmen. Als de ingang waar is, wordt direct gedimd.
Met de ingang SET_DIM kan de uitgang DIM worden ingesteld. Dit gebeurt automatisch bij verandering. De uitgang DIM kan hier ook teruggekoppeld worden via een VISUVAR. De uitgang DIM wordt overeenkomstig DIM_MIN en DIM_MAX begrenst. Uitgezonderd de waarde 0.
Deze ingang bepaalt de minimale dimwaarde. Als deze gelijk is aan 0, kan er tot het uitschakelen neer gedimd worden. Anders stopt het dimmen bij deze waarde.
Let op: De ingang DIM_MIN moet kleiner zijn dan DIM_MAX.
Deze ingang bepaalt de maximale dimwaarde. Als deze gelijk is aan 0, kan er tot het uitschakelen neer gedimd worden. Anders stopt het dimmen bij deze waarde.
Let op: De ingang DIM_MAX moet groter zijn dan DIM_MIN.
De ingang DIM_ON bepaalt de DIM-inwaarde bij het inschakelen (impuls op een TR). Als deze 0 is of niet ingesteld, wordt de laatste ingeschakelde toestand gebruikt.
Definieert de inschakelverzorging voor het dimmen (lange druktijd). Als deze niet gedefinieerd is, wordt automatisch T#300ms aangenomen.
Definieert de relatieve dimsnelheid van DIM_MIN tot DIM_MAX. Deze wordt automatisch berekend. Afhankelijk van de cyclusduur van de SPS, kan deze afwijken. Deze waarde is verplicht voor het dimmen met behulp van een knop. Het wordt aanbevolen om een waarde tussen T#1s en T#3s te kiezen.
Definieert het berekeningsinterval voor de Dimmer. Hoe hoger de waarde, hoe minder de SPS belast wordt. De waarde 0 dimt zo snel als de SPS berekent. Als de ingang niet gedefinieerd is, wordt T#50ms aangenomen.
De uitgang van de Dimmer. Deze wordt continu berekend en is daarom een drijvende kommagetal (Float).