Functieblok INRANGE

De functieblok INRANGE controleert of een getal zich binnen een bereik bevindt.

Ingang IN

De ingang definieert het te controleren getal. Als er een booleaanse waarde aan de ingang wordt aangelegd, wordt deze omgezet in een getal. De waarde TRUE komt overeen met een 1. De waarde FALSE, NULL komt overeen met 0.

Ingang MIN

De ingang definieert de minimale waarde als getal van het te controleren bereik. Deze waarde moet absoluut kleiner zijn dan de ingang MAX, anders is het resultaat aan de uitgang Q altijd foutief.

Ingang MAX

De ingang definieert de maximale waarde als getal van het te controleren bereik. Deze waarde moet absoluut groter zijn dan de ingang MIN, anders is het resultaat aan de uitgang Q altijd foutief.

Uitgang Q

Als de ingang IN binnen het bereik tussen de ingangswaarden MIN en MAX ligt of als de waarde gelijk is aan de ingangswaarden MIN en MAX, is de uitgang waar. Anders is hij onwaar.