
De functieblok DELAYVALUE3 vertraagt het ingangssignaal totdat dit zich niet meer verandert en zet de eerste verandering direct om.
Opmerking: De tijden van de functieblok zijn absoluut. Dit betekent dat bij een herstart of na een uitval van de server dezelfde reactie optreedt.
De ingang wordt op elke verandering gecontroleerd. Elke datatype aan de ingang wordt ondersteund. Nadat een verandering is vastgesteld, wordt de waarde direct doorgegeven aan de uitgang Q en wordt de interne timer gestart. Deze wordt bij een nieuwe verandering van de ingang of na verloop van tijd PT teruggezet.
De vertragingstijd voor het doorgeven van de ingang IN naar de uitgang Q in T#.
Als de ingang waar is, wordt geen verandering van de ingang IN doorgegeven aan de uitgang Q en wordt de vertraging teruggezet.
Als de ingang waar is, wordt de waarde aan de ingang IN direct doorgegeven aan de uitgang Q. De vertraging wordt daarbij teruggezet. De ingang SET heeft voorrang boven de ingang DIS.
Nadat een verandering aan de ingang IN is vastgesteld, wordt de waarde van de ingang IN direct doorgegeven aan de uitgang totdat de tijd PT verstreken is. Een nieuwe verandering van de ingang IN verhoogt de vertraging automatisch.
In rusttoestand, dus als geen verandering aan de ingang IN is vastgesteld, is de uitgang gelijk aan T#0ms. Wanneer een verandering is vastgesteld, begint ET op te tellen totdat de tijd PT is bereikt. Dan is de uitgang gelijk aan PT voor één cyclus.