
De functieblok DELAYVALUE4 vertraagt het ingangssignaal totdat dit zich niet meer verandert.
Opmerking: De tijden van de functieblok zijn absoluut. Dit betekent dat bij herstart of na een uitval van de server dezelfde reactie optreedt.
De ingang wordt op elke verandering gecontroleerd. Elke datatype aan de ingang wordt ondersteund. Nadat een verandering is vastgesteld, wordt de interne timer gestart. Deze wordt bij een nieuwe verandering van de ingang of na verloop van tijd PT teruggezet. Na verloop van tijd PT wordt de waarde van de ingang naar de uitgang Q overgedragen.
De vertragingstijd voor het overdragen van de ingang IN naar de uitgang Q in T#.
Is de ingang waar, dan wordt geen verandering van de ingang IN naar de uitgang Q doorgegeven en wordt de vertraging teruggezet.
Is de ingang waar, dan wordt de waarde aan de ingang IN direct naar de uitgang Q doorgegeven. De vertraging wordt daarbij teruggezet. De ingang SET heeft voorrang boven de ingang DIS.
Nadat een verandering aan de ingang IN is vastgesteld, wordt de uitgang en de timer geblokkeerd totdat de tijd PT verstreken is. Een nieuwe verandering van de ingang IN verhoogt automatisch de vertraging. Daarna wordt de waarde van de ingang IN naar de uitgang overgedragen.
In rusttoestand, dus als geen verandering aan de ingang IN is vastgesteld, is de uitgang gelijk aan T#0ms. Werd een verandering vastgesteld, begint ET op te tellen totdat de tijd PT bereikt wordt. Dan is de uitgang gelijk aan PT voor één cyclus.