
De functieblok DELAYVALUE2 vertraagt het ingangssignaal in regelmatig interval.
Opmerking: De tijden van de functieblok zijn absoluut. Dit betekent dat bij herstart of na een uitval van de server dezelfde reactie optreedt.
De ingang wordt op elke verandering gecontroleerd. Elke datatype aan de ingang wordt ondersteund. Nadat een verandering is vastgesteld, wordt de interne timer gestart. Deze wordt na verloop van tijd PT teruggezet.
De vertragingstijd voor het overbrengen van de ingang IN naar de uitgang Q in T#.
Als de ingang waar is, wordt geen verandering van de ingang IN aan de uitgang Q doorgegeven en wordt de vertraging teruggezet.
Als de ingang waar is, wordt de waarde aan de ingang IN direct aan de uitgang Q doorgegeven. De vertraging wordt daarbij teruggezet. De ingang SET heeft voorrang boven de ingang DIS.
Nadat een verandering aan de ingang IN is vastgesteld, wordt de uitgang en de timer geblokkeerd totdat de tijd PT verstreken is. Vervolgens wordt de waarde van de ingang IN naar de uitgang overgebracht.
In rusttoestand, dus als geen verandering aan de ingang IN is vastgesteld, is de uitgang gelijk aan T#0ms. Wanneer een verandering is vastgesteld, begint ET op te tellen totdat de tijd PT bereikt wordt. Vervolgens is de uitgang gelijk aan PT voor één cyclus.