
De functieblok LOG berekent de decimaal logaritme van een getal, d.w.z. de logaritme met basis 10.
Aan de ingang wordt een waarde met een getal verwacht. Er wordt geprobeerd om de waarde van een tekenreeks in een getal om te zetten. De booleaanse waarde TRUE wordt omgezet in een 1.
Opmerking: Raadpleeg ook het artikel Tekenreeksen Omzetten In Getallen, als u met tekenreeksen werkt.
De uitgang geeft de decimaal logaritme van de ingang terug als getal.