Functieblok SUBSTR

De functieblok SUBSTR knipt een deel van een tekenreeks af en geeft dit terug.

Ingang STR

Definieert de tekenreeks die wordt bewerkt.

Ingang START

Definieert het begin voor het uitsnijden. De waarde kan ook negatief zijn, waardoor van achter naar voren wordt afgesneden. De positie begint bij 0.

Ingang LEN

De lengte van de tekenreeks die moet worden uitgesneden. De waarde kan ook negatief zijn. Dan wordt de lengte van achter naar voren beperkt. Geen waarde of NULL definieert geen lengte. FALSE is gelijk aan 0 en TRUE gelijk aan 1.

Voorbeelden

Op de ingang STR ligt "Hallo Welt" aan.

START LEN Resultaat
1 NULL "allo Welt"
1 2 "al"
-2 2 "lt"
0 -2 "Hallo We"
-2 -1 "l"