Functieblok REPLACE

De functieblok REPLACE vervangt een deel van een tekenreeks met een nieuwe.

Ingang STR1

De ingang definieert de te verwerken tekenreeks.

Ingang STR2

De ingang definieert de tekenreeks die op de gedefinieerde positie wordt ingevoegd.

Ingang LEN

De ingang definieert de lengte van het te verwijderen deel. Is de lengte kleiner dan 1, dan wordt geen wijziging uitgevoerd.

Ingang POS

De ingang definieert de startpositie in de tekenreeks STR, vanaf waar de nieuwe tekenreeks wordt samengesteld. De positie begint bij 1. Is de lengte kleiner dan 1, dan wordt geen wijziging uitgevoerd. Is de positie groter dan de lengte van de tekenreeks STR1, dan wordt aan het einde ingevoegd.

Uitgang

De uitgang geeft de gewijzigde tekenreeks terug.