Functieblok ROUND

De functieblok rondt een drijvende kommagetal af.

Ingang IN

De ingang verwacht een drijvende kommagetal.

Ingang COMMA

Definieert het aantal decimalen. De waarde kan ook negatief zijn.

Uitgang Q

Geeft de afgeronde waarde terug.

Voorbeelden

IN COMMA Q
123.995 0 124
5.5 0 6
5.49 0 5
123.995 1 124
5.5 1 5.5
5.49 1 5.5
123.995 -1 120
5.5 -1 10
5.49 -1 10