
De functieblok DELETE verwijdert een deel van een tekenreeks.
De ingang definieert de te verwerken tekenreeks.
De ingang definieert de lengte van het te verwijderen deel.
De ingang definieert de positie van het te verwijderen deel. De positie begint bij 1. Is de positie kleiner dan 1, dan wordt de onbewerkte tekenreeks teruggegeven.
De uitgang geeft de gewijzigde tekenreeks terug.