Functieblok MOVE

De functieblok MOVE schrijft een waarde naar een variabele indien nodig.

Ingang EN

Als de ingang waar is, wordt de waarde van de ingang ➜ geschreven naar de uitgang ➜. Anders blijft de variabele ongewijzigd. Zo kan een variabele als dynamische tussenopslag worden gebruikt.

Ingang ➜

De ingang definieert de waarde die wordt geschreven naar de uitgangsvariabele op de uitgang ➜.

Uitgang EN

De uitgang heeft altijd dezelfde waarde als de ingang EN.

Uitgang ➜

De uitgang schrijft de waarde naar een variabele, als de ingang EN waar is. Anders wordt de variabele niet beschreven.